|
Achtergrondinformatie
Dalende Rozenscheutboorder (Ardis brunniventris)
Waarnemen
De larven van de bladwesp Ardis brunniventris dalende rozenscheutboorder vreten het merg uit de scheut in benedenwaartse richting waardoor de scheuten verwelken. Een klein rond gaatje is zichtbaar waar de larve de plant verlaten heeft. Door het afstervenverwelken van de topscheut ontstaat veelal ongewenste vertakking.
Uiterlijk
De larve is geelbruin met een bruine kop en nauwelijks ontwikkelde pootjes. De wesp is ongeveer 6 mm lang en zwart met gedeeltelijk gele poten.
Levenswijze
Wespen komen vanaf mei gespreid uit zodat er sprake lijkt van meerdere generaties. Eieren worden gelegd in jonge scheuten en komen na een paar dagen uit. De jonge larve voedt zich in eerste instantie met het jonge bladweefsel, maar boort zich al snel in het topje. De larven blijven ongeveer 3 weken in de scheut, zich een aantal centimeters naar beneden vretend. De volgroeide larve verlaat de scheut en laat zich op de grond vallen. Overwintering gebeurt in de grond als larve waar het zich het volgende voorjaar verpopt.
|