|
Achtergrondinformatie
Eikentopgalmug (Arnoldiola quercus)
Waarnemen
De eikentopgalmug is 2 mm groot. De vrouwtjes zijn rood van kleur. De eerste generatie vliegt van april tot eind mei. De eikentopgalmug leeft maar enkele dagen. Na de paring legt het vrouwtje haar eitjes. De lichtrode eitjes worden tussen de schubben van de nog niet uitgelopen eindknop van de eik gelegd. Na drie tot vijf dagen komen de larven uit. De larven ondergaan drie ontwikkelingsstadia. Daarna verpoppen de larven. De eikentopgalmug heeft een levenscyclus die gelijk loopt met de eik. De eik produceert per jaar drie tot vier keer nieuwe scheuten. De eikentopgalmug heeft per jaar drie tot vier generaties. Deze generaties vallen samen met de nieuwe scheuten van de eik, zodat de eitjes iedere keer tussen de schubben van de eindknop gelegd kunnen worden.
De larven van de laatste generatie van de eikentopgalmug laten zich op de grond vallen en kruipen in de grond. De larven kunnen jaren in de grond liggen voordat ze verpoppen. In een coconnetje vindt de verpopping plaats. In het voorjaar, wanneer de weersomstandigheden gunstig zijn komen de eikentopgalmuggen uit de grond en beginnen opnieuw met het leggen van eieren.
Gevoelige gewassen en schade
De eikentopgalmug heeft de zomereik (Querqus robur) als waardplant. Enkele dagen na uitkomen van de larven is de schade al zichtbaar. De meeste schade wordt vaak rond half juni aangericht tijdens de tweede scheutgroei van de eik. De larven zuigen aan de eindknop van de eik, zodat deze verwelkt, verkleurt en uiteindelijk afvalt. Door het afsterven van de eindknop gaan de zijscheuten uitlopen. Zo ontstaat er een sterk vertakte plant, wat zeer nadelig is bij de teelt van
Querqus robur.
|