Actuele waarschuwingen

Weer en gewasbescherming

Achtergrondinformatie

Vraagbaak

Links

Contact

Projectinformatie

 

Achtergrondinformatie

Echte meeldauw (Erysipheae) in vaste planten

Preventie waarnemen niet chemische bestrijding chemische bestrijding

Chemische bestrijding

Kijk hier voor een advieslijst van middelen

Op het juiste moment ingrijpen bij een beginnende aantasting werkt beter dan een strak spuitschema. Daarom is nauwkeurig scouten naar aantastingen belangrijk. Het adviessysteem GEWIS kan worden gebruikt om het beste spuitmoment te bepalen. 

Tegen echte meeldauw in vaste planten kunnen verschillende bestrijdingsmiddelen worden ingezet. Om resistentie te voorkomen is het belangrijk een middel uit een bepaalde chemische groep na 2 à 3 bespuitingen af te wisselen met een middel uit een andere groep.
Een belangrijke groep zijn de zogenaamde EBR’s (ergosterol biosynthese remmers). Bitertanol (Baycor Flow), tebuconazool (Folicur),
triadimenol (Exact) behoren tot deze groep. 
Een andere groep vormen de strobilurinen. Strobilurinen als kresoxim-methyl (Kenbyo) en trifloxystrobin (Flint) werken vooral preventief. Zeker voor deze groep geldt ook dat het aantal toepassingen moet worden beperkt op resistentie te voorkomen.
Andere middelen zijn  bupirimaat, (Nimrod), mepanipyrim (Frupica) en spuitzwavel (diverse merken). Deze middelen zitten allen in een andere resistentiegroep. Spuitzwavel is niet systemisch en kan worden gespoten als er weinig groei is. Als uitzondering op de andere middelen bestaat voor zwavel geen resistentiegevaar.

Houd bij uw middelenkeuze rekening met de milieubelasting. Raadpleeg voor meer informatie de milieu-effectenkaart voor de desbetreffende gewasgroep.

Naar boven