|
Achtergrondinformatie
Gegroefde lapsnuitkever, Taxuskever (Otiorhynchus
sulcatus)
Niet chemische bestrijding
Biologische bestrijding van de larven gebeurt met insectenparasitaire aaltjes (vb.
Heterorhabditis of Steinernema). Deze aaltjes gaan in de bodem actief op zoek naar larven van de gegroefde lapsnuitkever. De aaltjes dringen de larven binnen via natuurlijke lichaamsopeningen of rechtstreeks via de
larvenhuid. Eenmaal in de larve scheiden de aaltjes een bacterie uit. Een
aangetaste larve verkleurt roodbruin en sterft.
Om aaltjes te gebruiken moet er wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan.
- de bodemtemperatuur moet minimaal 12oC zijn voor Heterorhabditis.
Steinernema kraussei is ook bij lagere temperaturen (vanaf 5 °C)
actief;
- toedienen op een vochtige grond als de zon niet schijnt en goed inregenen. Het beste is om de aaltjes tegen de avond toe te dienen op een bewolkte
dag. Het is noodzakelijk dat de grond ongeveer twee weken vochtig
blijft;
- het beste tijdstip om aaltjes in buitenteelt toe te passen is tussen 1 en 30 september,
gedurende de septembermaand zijn de eitjes net uitgekomen.
De bodemtemperatuur is dan voldoende hoog en er is nog geen schade aan
het gewas;
- hoeveelheid: containerteelt 0,5 miljoen aaltjes/m2 ; vollegrond 1 miljoen aaltjes/
m2 ;
- het toedienen van de aaltjes met een spuit bij relatief lage druk (2 bar) Alle filters met openingen kleiner dan 1mm moeten uit de spuit verwijderen en de spuitdoppen moeten een opening van meer dan 1 mm hebben.
Spontaan voorkomende natuurlijke vijanden
De belangrijkste bijdrage van natuurlijke vijanden zal in de vollegrond worden geleverd. Tegen de kevers zijn met name loopkevers, padden/kikkers en krielkippen effectief. Voor de larven zijn de belangrijkste vijanden diverse schimmels, aaltjes, bacteriën en kippen.
|