






|
|
Achtergrondinformatie
Gegroefde lapsnuitkever, Taxuskever (Otiorhynchus
sulcatus)
Waarnemen
De gegroefde lapsnuitkever of taxuskever is ongeveer 1,5 cm lang. De gegroefde lapsnuitkever is diep grijs, met fijne groeven in het rugschild met gelige vlekken. De kever leeft boven de grond en is 's nachts actief. Overdag houdt de kever zich schuil onder bladeren, takken of in de grond. De snuitkever kan niet vliegen. Vanaf juni kunnen de kevers buiten waar genomen worden.
Naast de algemeen voorkomende gegroefde lapsnuitkever (Otiorhynchus sulcatus) is er ook de kleine lapsnuitkever (O. ovatus). Daarnaast worden ook wel snuitkevers waargenomen die van oorsprong niet in Nederland thuishoren
(O. salicicola). Deze kever is groter, iets ronder, heeft geen spikkels en is ook overdag actief.
| Levenscyclus |
 |
 |
|
|
De taxuskever legt haar eitjes in de grond. De jonge larven zijn glazig wit van kleur en kunnen vanaf augustus gevonden worden in de grond. De larven van de gegroefde lapsnuitkever zijn pootloos en hebben een bruine kopkapsel. De oudere larven worden ondoorzichtig en zijn wit. De grotere witte larven komen vanaf oktober tot mei buiten voor. De pop van de gegroefde lapsnuitkever is een zogenaamde naakte pop en is porselein wit. Met zichtbaar de aanleg van dekschild, poten en snuit. De pop is te vinden in een holletje in de grond.
De vraat van de gegroefde lapsnuitkever is karakteristiek, ronde happen aan de bladrand. Ook beschadigt de gegroefde lapsnuitkever knoppen, bloem- en vruchtstelen. De larven leven in de grond en eten jonge wortels en de schors van dikkere wortels. Ook vreten zij aan de bast van de wortelhals. Vaak reageert de plant met de vorming van een callusrand.
Hulpmiddelen voor het vaststellen van kevers
· Het neerleggen van planken: de kever zoekt overdag beschutting. Bij gebrek aan goede schuilplaatsen tussen de gewassen kruipen de kevers onder deze planken. Door regelmatig onder de planken te kijken kan men de aanwezigheid van de kevers vaststellen. Dit werkt alleen als de planten niet te dicht op elkaar staan en er mag ook geen strooisellaag aanwezig zijn omdat daar voldoende schuilgelegenheid is.
· Het planten van de lokplant Euonymus fortunei 'Dart's Blanket' tussen de gewassen. De gegroefde lapsnuitkever wordt sterk aangetrokken tot deze plant. Plant van deze
Euonymus ongeveer 5-10 stuks per 1000 m2. Het karakteristieke vraatpatroon is gemakkelijk te herkennen. Na een bespuiting moeten de aangevreten bladeren worden verwijderd, zodat er geen verwarring kan ontstaan met oude schade.
Gevoelige gewassen en schadedrempel
De volwassen taxuskever kan veel verschillende gewassen aantasten. Wel zijn er verschillen in gevoeligheid voor schade tussen de verschillende plantensoorten. De kevers hebben bij keuze uit meerdere gewassen soms een voorkeur voor bepaalde gewassen. Een belangrijk gegeven is dat kevers van de meeste coniferen niet of slechts mondjesmaat eten (uitgezonderd Taxus).
Veel gewassen, ook de coniferen, zijn echter gevoelig voor de larven. Het is belangrijk om ook aan gewassen die geen duidelijke bovengrondse aantasting en/of schadesymptomen geven, aandacht te besteden, omdat deze broedplaatsen zijn voor de kevers. Met name in de vollegrond moet er aandacht zijn voor beheersing van deze plaag in moerhoeken.
Gevoelige gewasgroepen zijn:
- voor kevers en larven:
Taxus, coniferen, Rhododendron , Cornus , Euonymus , Viburnum ,Rosaceae (met name geslachten als
Fragaria, Waldsteinia, Rubus), Vitaceae (met name Vitis,
Parthenocissus);
- Voor de larven:
coniferen (met name Thuja, Picea), Astilbe, Primula en
Sedum.
|