Actuele waarschuwingen

Weer en gewasbescherming

Achtergrondinformatie

Vraagbaak

Links

Contact

Projectinformatie

 

Achtergrondinformatie

Gewone dopluis (Parthenolecanium corni)

Preventie waarnemen niet chemische bestrijding chemische bestrijding

Chemische bestrijding

Dopluizen worden vaak in mei waargenomen in de periode van de eiafzetting. De bruinkleurige dop zwelt op. Dit stadium is moeilijk te bestrijden, De gewone dopluis kan het beste chemisch worden bestreden als de eitjes net zijn uitgekomen ('crawlers' stadium). De larven hebben dan nog geen beschermende dop. Door goede waarnemingen kan worden getracht het juiste tijdstip voor deze behandeling te achterhalen. Dit tijdstip is ongeveer van mei tot begin juni. Meestal is één bestrijding niet voldoende en moet er na ongeveer één week nog een bestrijding plaats vinden. Deze luizensoort heeft vaak een pleksgewijze aantasting. Het is daarom verstandig om plaatselijk de luizen chemisch te bestrijden. 

Het beste effect geeft een bestrijding met spirodiclofen (Envidor) of met een middel uit de groep van de chloronicotinylen: imidacloprid (Admire, Admire O-Teq, Kohinor) ), thiacloprid (Calypso) thiamethoxam (Actara) of acetamiprid (Gazelle).
Pirimicarb (Pirimor) heeft vooral een goede werking onder glas en bij voldoende warmte. Buiten geeft dit middel vaak minder goede resultaten.

Ook kan worden gespoten met het systemische middel Movento

Het is ook mogelijk om in de winter, als het gewas in winterrust is, de overgebleven dopluizen te bestrijden met teerzuren en mineralen oliën. Deze moeten krachtig en overvloedig worden verspoten. Dit kan het beste in december of januari worden gedaan bij vorstvrij, sneldrogend weer. Om schade te voorkomen dient het gewas volledig in winterrust te zijn.

Houd bij uw middelenkeuze rekening met de milieubelasting. Raadpleeg voor meer informatie de milieumeetlat.

Naar boven