|
Achtergrondinformatie Japanse
vlieg (Stephanitis)
Waarnemen
De naam Japanse vlieg wordt in de praktijk gebruikt voor verschillende
soorten netwantsen die tot het geslacht Stephanitis behoren. Op Rhododendron
komen Stephanitis orbati en S. rhododendri voor. Op Pieris
wordt S. takeyai gevonden.
Het insect zit vooral aan de onderkant van het blad. De volwassen wants is
ongeveer 4 mm lang en heeft een bruin tot zwartachtig lijf. De
voorvleugels zijn relatief groot en steken over het achterlijf heen. Het
achterste deel van de voorvleugels heeft een typisch fijn aderpatroon
(netwerk).
Deze wants overwintert als ei, afgezet in het blad langs de hoofdnerf.
Eind april, begin mei komen de eerste eieren uit. De larven zijn ca 1 à 2
mm groot, hebben een stekelig uiterlijk en zijn donker van kleur. Vanaf
half juni zijn de eerste exemplaren gevleugeld. Deze verspreiden zich door
het gewas. Na half juni worden de wintereieren afgezet. Er is één
generatie per jaar.
Gevoelige gewassen en schade
Larven en volwassen exemplaren zuigen aan de onderzijde van het blad.
Hierdoor ontstaan bruine zuigvlekjes. Verder zijn de uitwerpselen van het
beestje zichtbaar als zwarte puntjes. Op de bovenzijde van de bladeren
ontstaan lichte plekken die bij zware aantasting tot een geheel
samenvloeien. De bladeren kunnen vroegtijdig afvallen. De meeste schade
komt voor bij oudere planten en bij planten die in de zon en onder droge
omstandigheden groeien.
Waardplanten zijn vooral Rhododendron en in het bijzonder R.
arboreum, R. campanulatum, R. campylocarpum, R.catawbiense en R.
caucasicum. Het betreft vaak aanplantingen in particuliere tuinen en
het openbaar groen. Azalea, Kalmia en Pieris zijn eveneens
waardplanten. De schade op Rhododendron en Pieris kan zo
ernstig zijn dat de planten onverkoopbaar worden.
|