|
Achtergrondinformatie
Jeneverbesmineermot (Argyresthia trifasciata)
Waarnemen
De
jeneverbesmineermot is ongeveer 3,5 mm groot, de voorvleugels zijn zwart
met witte kruislijnen. De achterste vleugels zijn donkergrijs. De motjes
vliegen in de avonduren en 's nachts in de periode half mei tot half juni.
In deze tijd worden ook eitjes afgezet op schubben van jonge topjes van de
Juniperus-plant. De juiste periode van de vlucht kan worden
waargenomen met behulp van feromoonvallen.
| Levenscyclus |
|

|
 |
De larven die na ongeveer twee
weken uit de eitjes komen, zijn 5 mm lang en grijs van kleur. De kop van
de larve is zwart. Vanaf juni maken de larven een mijn in de
naalden/schubben van de waardplant. De naalden verkleuren bruin en vallen
makkelijk af. Op een later tijdstip verkleurt de hele tak bruin. Bij een
ernstige aantasting wordt de plant kaal en kan zelfs afsterven. De
aantastingen komen vooral voor bij oudere planten.
De larven overwinteren in een spinsel in een mijn. De larve verpopt in een
cocon onder de schors van een grotere tak.
Als een aangetaste tak wordt gerold tussen de vingers komt er bruin
boormeel tevoorschijn. De jeneverbesmineermot komt vooral voor in
Zuid-Europa, maar is de afgelopen jaren verder naar het noorden getrokken
en komt nu voor in Frankrijk, Duitsland en Nederland.
Gevoelige gewassen en schade
Juniperus, Chamaecyparis, Cupressus en Thuja zijn bekende
waardplanten voor deze mineermot. Vooral de cultivar Juniperus virginiana
'Sky Rocket' heeft veel last van dit beestje Er kan verwarring ontstaan
met de thujamineermot (A. thuiella). Maar de jeneverbesmineermot
zit als enige op Juniperus. De mijnen van de jeneverbesmineermot zijn
bruin, de mijnen van de thujamineermot zijn doorzichtig.
|