






|
|
Achtergrondinformatie
Katoenluis (Aphis gossypii)
Waarnemen
Bladluizen prikken de bladeren aan en nemen plantensap op waardoor groeiremming ontstaat. Via het speeksel kunnen toxische stoffen in de plant worden gebracht, die aanzienlijke schade kunnen veroorzaken zoals vergroeiingen en/of verkleuringen. De bladluizen scheiden honingdauw af, waarop zich roetdauw kan ontwikkelen. Deze schimmel vervuilt de bladeren en bloemen ernstig. Ook brengen bladluizen diverse virussen over. De aangetaste bladeren verkleuren geel en zijn bedekt met honingdauw. Op den duur sterven deze af. Er zijn veel witte vervellingshuidjes te zien.
Uiterlijk
De katoenluis onderscheidt zich van de andere in Nederland voorkomende bladluizen door de kleur van de 2 siphonen op het achterlijf. Deze siphonen zijn namelijk altijd zwart, ongeacht de lichaamskleur. De antennen reiken tot halverwege het lichaam of tot aan de sifonen. De lichaamskleur is bijzonder variabel en varieert van lichtgeel tot zwartgroen. De lichaamslengte is 1-3 mm) en de antennen zijn ongeveer de helft van de lichaamslengte. Verder hebben deze luizen rode ogen. De katoenluis heeft een voorkeur voor de onderkant van het blad en voor jonge scheuten en bladeren. Loep (10 x) nodig.
Levenswijze
Bij de katoenluis vindt in Europa geen wisseling van waardplant plaats. In de kassen komen alleen maar levendbare vrouwtjes voor, die al dan niet gevleugeld zijn. De volwassen luizen leven twee tot drie weken. De vermeerdering is sterk afhankelijk van de waardplant. Bijvoorbeeld op komkommer kunnen zij zich twaalfmaal per week vermeerderen. De katoenluis is zeer polyfaag. Dit betekent dat ze verschillende gewassen kan aantasten. Katoenluis is drager van zeer veel (>50) virussen, waaronder zowel persistente als niet persistente. Verschillende populaties vertonen afwijkende eigenschappen, bijvoorbeeld met betrekking tot resistentie tegen diverse bestrijdingsmiddelen. Bladluizen zijn 'plakkers'; ze kunnen via plantmateriaal en kleding overgebracht worden. Gevleugelde exemplaren kunnen zich op eigen kracht verspreiden, of met de wind worden meegevoerd.
|