|
Achtergrondinformatie
Lange wollige dopluis (Chloropulvinaria floccifera)
Chemische bestrijding
De lange
wollige dopluis kan het beste chemisch worden bestreden als de eitjes net
zijn uitgekomen ('crawlers' stadium). De larven hebben dan nog geen
beschermende dop. Door goede waarnemingen kan worden getracht het juiste
tijdstip voor deze behandeling te achterhalen. Dit tijdstip is ongeveer
van mei tot begin juli. Meestal is één bestrijding niet voldoende en
moet er na ongeveer één week nog een bestrijding plaats vinden. Deze
luizensoort heeft vaak een pleksgewijze aantasting. Het is daarom
verstandig om plaatselijk de luizen chemisch te bestrijden.
Het beste effect geeft een bestrijding met spirodiclofen (Envidor) of met een middel uit de groep van de chloronicotinylen: imidacloprid (Admire, Admire O-Teq, Kohinor) ), thiacloprid (Calypso),
thiamethoxam (Actara) of acetamiprid (Gazelle).
Pirimicarb (Pirimor) heeft vooral een goede werking onder glas en bij voldoende warmte. Buiten geeft dit middel vaak minder goede resultaten.
Het is
ook mogelijk om in de winter, als het gewas in winterrust is, de
overgebleven dopluizen te bestrijden met teerzuren en mineralen oliën.
Deze moeten krachtig en overvloedig worden verspoten. Dit kan het beste in
december of januari worden gedaan bij vorstvrij, sneldrogend weer. Om schade te voorkomen dient het gewas volledig in winterrust te zijn.
|