Actuele waarschuwingen

Weer en gewasbescherming

Achtergrondinformatie

Vraagbaak

Links

Contact

Projectinformatie

 

Achtergrondinformatie

Engerling
Meikever (Melolontha melolontha)
– komt op licht af

Roestbruine bladsprietkever (Serica brunnea).  Kever kent een onregelmatig vliegpatroon. Kan overdag maar ook 's avonds worden gezien.  Verder komt deze kever ook op het licht af.

Junikever (Amphimallon solstitialis)  - vliegt in schemering en komt niet op het licht af , maar wel op silhouet De junikever geen rol speelt in de boomteelt. De engerlingen leven alleen van graswortels.
Rozenkever  (
Phylloperta horticola) - vliegt overdag rond het middaguur

Preventie waarnemen niet chemische bestrijding chemische bestrijding

Waarnemen

Engerlingen zijn sterk gekromde larven met een zakvormig achterlijf van de mei- juni- en rozenkever. Vaak komen engerlingen van deze drie kevers naast elkaar voor in de grond. Een engerling groeit in drie à vier jaar op van ei tot volwassen kever. In het eindstadium onderscheiden de engerlingen van de meikever zich door hun grootte. 

Volwassen engerling

Meikever (Melolontha melolontha)

In mei/juni leggen de vrouwtjes hun eieren op ongeveer 25 cm diepte in de bodem. Eén vrouwtje kan zo’n 70 eieren leggen. Na zes weken komen de eieren uit. Zodra de engerlingen wat ouder zijn gaan ze van dood organisch materiaal over naar wortels van boomkwekerijgewassen, groente, aardappels en grassen. Na twee tot drie jaar kruipen de engerlingen naar een diepte van ongeveer 1 meter om daar te verpoppen.
In mei/juni kruipen de volwassen kevers uit de grond en beginnen ze aan hun rijpingsvraat. Ze vreten dan vooral aan eiken, maar ook aan andere loof- en naaldbomen. De vlucht van de kevers naar de bomen gebeurt ’s avonds tijdens de schemering van een mooie, warme dag. De mannetjes vliegen op de geuren van de vretende vrouwtjes af, waardoor ze de vrouwtjes vinden en kunnen paren. Daarna leggen de vrouwtjes hun eitjes in de buurt van hun eigen verpoppingsplaats.

Gevoelige gewassen en schade

Engerlingen vreten aan de wortels van bijna alle planten en komen vooral voor in een bosrijke omgeving. Vooral bij jonge bomen kan de schade van wortelvraat groot zijn. Vaak worden de wortelhals of de dikkere wortels volledig ontschorst, waardoor de jonge boom sterft. Oudere bomen kunnen er beter tegen, maar worden sterk geremd in hun groei.

Vreterij aan bast ondergrondse delen naaldhout Vreterij aan bast ondergrondse delen Fagus

Naar boven