|
Achtergrondinformatie
Vruchtbladroller (Adoxophyes orana)
Waarnemen
De vruchtbladroller is een soort mot. De mannetjes zijn ongeveer 18 mm. De vrouwtjes zijn over het algemeen iets groter, ongeveer 21 mm. De kop en het borststuk van de vruchtbladroller zijn beige. Het mannetje heeft roodbruine voorvleugels met duidelijke donkere banden. De achtervleugels zijn licht grijs. Het vrouwtje heeft bruine voorvleugels met een vage tekening. De achtervleugels van het vrouwtje zijn bruingrijs. Een volwassen exemplaar leeft ongeveer één maand. Het paren vindt in de avond plaats, als de temperatuur rond de 13oC is.
De eieren worden in groepjes gelegd van tot wel 100 stuks. Deze eispiegels hebben een grootte van 3 tot 10 mm. De kleur is geel, maar op een later tijdstip zijn er zwarte puntjes te zien. Dit zijn de koppen van de rupsen. De eispiegels zitten over het algemeen aan de onderkant van het blad.
| Levenscyclus |
 |
 |
In warme zomers kan gedeeltelijke een derde vlucht voorkomen.
De overwinterde, zeer beweeglijke, geelgroene rupsen vreten in het voorjaar aan de knoppen en topbladeren. De rupsen zijn ongeveer 2 cm groot en ondergaan vier ontwikkelingsstadia tot ze volgroeid zijn. De rupsen rollen het blad op om zich te beschermen. De voorjaarsgeneratie vliegt in juni, de tweede generatie vliegt in augustus/ september. Nakomelingen hiervan overwinteren als jonge rups in witte spinsels aan de takken.
Vlak voor het stadium van verpoppen, spinnen de rupsen bloemknoppen en blaadjes aaneen. Later beschadigen zij samengesponnen topbladeren. Als de aangetaste plant vruchten draagt kunnen ook deze worden beschadigd door de rups.
De pop is ongeveer 1 cm en donkerbruin van kleur. De pop zit tussen twee bladeren die aan elkaar zijn gesponnen. De tijd die het verpoppen in beslag neemt is ongeveer 10 tot 20 dagen. Dit vindt plaats van eind april tot begin mei.
De vruchtbladroller heeft twee generaties per jaar. In warme zomers kan het gebeuren dat er drie generaties per jaar voorkomen.
Vruchtbladrollers zijn polyfage insecten. Dat wil zeggen dat ze veel verschillende plantensoorten aantasten zoals de volgende gewassen:
Alnus, Betula, Corylus avellana, Ligustum, Lonicera,
Populus, Rosa, Salix en Syringa.
|